![]() |
Blog
|
|||
| |
||||
|
Naakt Laatst was ik voor het eerst in de sauna. Wat me daar opviel waren twee dingen. Allereerst was dat natuurlijk de vanzelfsprekende naaktheid van iedereen. Toen ik daar een beetje aan gewend was viel me echter nog iets op. Mensen keken elkaar niet aan. En als hun blik per ongeluk de mijne kruiste, dan keken ze snel weer weg, alsof het oogcontact simpelweg niet had plaatsgevonden. Geen enkele blijk van ontmoeting werd gegeven, geen glimlachje, knikje, laat staan een groet. Het was alsof de naaktheid helemaal niet zo vanzelfsprekendheid was als op het eerste gezicht leek. Het was alsof men elkaar niet in verlegenheid wilde brengen en daarom angstvallig ieder oogcontact vermeed. Alsof een ontmoeting met de ogen elkaars naaktheid zou erkennen. En met die collectieve ontkenning werd de naaktheid alleen maar groter. Het werd, zogezegd, een ding. En dat had ik nou niet verwacht. Tijdens het zingen kunnen we ons ook naakt voelen. Want zingen gaat altijd over jezelf uitdrukken, jezelf laten horen. Soms kunnen we ons schamen voor die naaktheid, soms kunnen we de kwetsbaarheid niet verdragen en kleden we onze stem het liefst wat aan. Of we doen erg ons best om heel goed te zingen, zodat onze naaktheid op zijn minst toonbaar is. Zo wordt de naaktheid in ons zingen ook al gauw 'een ding'. Maar wat is er nu eigenlijk zo moeilijk aan naaktheid? Dat gaat toch enkel over de onvolmaaktheid ervan en ons onvermogen om dat onder ogen te willen zien? Want hoe zou het zijn als we alle lichamen en alle stemmen zonder oordeel konden aanzien en -horen en onze ziel konden openen voor wat de mensen in deze lichamen en stemmen te vertellen hebben? Dan zou het ineens om iets anders gaan. Dan zou de naaktheid niet meer in de weg staan, maar wordt ze tot voorwaarde om iemand werkelijk te kunnen ontmoeten. Maar ja, waar te beginnen? Want ondertussen is de wereld nog steeds vol oordelen en ik nog steeds onvolmaakt. In de sauna had ik ineens wel even contact, aan de rand van het dompelbad. Over hoe verrekte koud dat wel niet was. En hoe je er zo heerlijk van gaat tintelen. Dat de beloning achteraf komt. Volgens mij begint de bevrijding bij onszelf. Want zodra wij niet oordelen over onze stem en die van anderen staat niets ons in de weg om ons verhaal te doen, naakt en wel. En dan kunnen we het persoonlijke en intieme verhaal van een ander aanhoren zonder afgeleid te raken door de onvolmaaktheid ervan. En ik geloof dat de ziel daar van gaat tintelen, achteraf. |
|||
|
|
||||